Gedichten
051 
De mooiste bloemen
worden het eerst geplukt.  

052 
Van het concert des levens
krijgt niemand een program.  

053 
Wanneer het leven lijden is,
brengt sterven verlossing.  

054 
Dank voor je liefde,
dank voor je trouw.
Ik zeg je bij deze,
dat ik van je hou!  

055 
Verdrietig maar moedig had hij zich
in het onvermijdelijke geschikt.
Zijn zorg en belangstelling gingen
altijd eerst uit naar anderen.
Dat is tot het laatste zo gebleven.  

056 
Wat van binnen zit,
dat blijft raden ...
... Maar alle goeds,
dat spreekt vanzelf...  

057 
De leegte blijft,
maar wij geloven en ervaren dat hij,
die wij liefhebben en verloren,
niet meer is waar hij was,
maar altijd zal zijn waar wij zijn.  

058 
Zijn handen hebben voor ons gewerkt.
Zijn hart heeft voor ons geklopt.
Hij was een onvergetelijke vader.  

059 
Een goed mens
een lieve vrouw
een fantastische moeder.  

060 
God heeft ons geen kalme reis beloofd
maar wel een behouden aankomst.  

061 
De dood van één mens lijkt klein
en onbelangrijk in vergelijking tot grote rampen als oorlogen.
Toch is de dood voor iedereen het grootste wat hem kan overkomen
en het onbegrijpelijkste.  

062 
Zij was de spil van ons gezin.  

063 
Lieve Ma, wij zijn dankzij jouw liefde
en zorgen geworden wie wij zijn.
Je blijft en hoort bij ons voor altijd,
waar je ook bent.  

064 
Jij was onze rots in de branding.
Wel verloren, maar nooit vergeten.  

065 
Mijn ogen turend
langs velden, langs wegen.
Nergens meer een glimp van jou.  

066 
Ogen gevuld met tranen.
Voorgoed weg uit het heden,
maar voor altijd in mijn verleden.  

067 
Hoe te aanvaarden dat je gaat,
als je volop in het leven staat?  

068 
Zijn liefde, persoonlijkheid en
levenshouding zal bij ons in dankbare
herinnering blijven voortleven.  

069 
Plotseling ging jij heen.
Nu ben ik alleen.
Onuitsprekelijk verdriet.
Vergeten zal ik je niet.
Vaarwel.  

070 
Adieu, ons dapper kind.
Je zult er nooit meer zijn.
Tot straks, ons lief kind.
Je zult er altijd zijn.  

071 
Veel gelukkige jaren waren we samen.
Samen waren we één.
Maar nu jij er niet meer bent,
moeten we zonder jou verder
... dus alleen.  

072 
Niet het scheiden doet zo'n pijn,
maar het afgesneden zijn.  

073 
Bij elk afscheid wordt
een herinnering geboren.  

074 
Je handen hebben voor ons gewerkt.
Je hart heeft voor ons geklopt.
Je ogen hebben ons tot het laatst gezocht.
Rust nu maar uit.  

075 
Heel bijzonder, heel gewoon,
gewoon een heel bijzondere man.