Gedichten
001 
Ga nooit heen zonder te groeten,
ga nooit heen zonder een zoen.
Wie het noodlot zal ontmoeten,
kan het morgen niet meer doen.
Ga nooit weg zonder te praten,
dat doet soms een hart zo'n pijn.
Wat je 's morgens hebt verlaten,
kan er 's avonds niet meer zijn.

002 
Je hebt iemand nodig,
stil en oprecht,
die als het erop aan komt
voor je bidt of voor je vecht.
Pas als je iemand hebt,
die met je lacht en met je grient,
dan pas kun je zeggen:
'k heb een vriend.  

003 
Heer,
bidden lukt niet altijd
hoe goed ik het ook bedoel
maar als het lukt,
dan sluit de cirkel
en voel ik diep van binnen
de heelheid die er is
tussen U en ons.

004 
Op snelle vleugels vloog je heen,
veel te jong,
veel te vroeg. Herinneringen blijven,
ons hart is leeg ......,
maar ook vol.  

005 
't Laatste beetje is nu op,
veel was er te verduren.
Het kaarsje is nu opgebrand,
gedoofd zijn alle vuren.
Voor wie 't aangaat is 't niet erg,
die heeft genoeg geleden.
Wel voor hen die hij achterlaat.
"Vaarwel" en "Rust in vrede".  

006 
Sterven doe je niet ineens,
maar af en toe 'n beetje,
en alle beetjes die je stierf,
't is vreemd, maar die vergeet je,
het is je dikwijls zelfs ontgaan,
je zegt: ik ben wat moe,
maar op 'n keer dan ben je aan
je laatste beetje toe.  

007 
Rust nu maar uit - je hebt je strijd gestreden.
Je hebt het als een moedig mens gedaan.
Wie kan begrijpen, wat je hebt geleden?
En wie kan voelen, wat je hebt doorstaan?  

008 
Moeder zijn is alles geven,
zorgen en leiden, liefde en leven.
Moeder zijn is alles derven,
alles ... en tevreden sterven.

009 
Stil ben je van ons heengegaan.
Je hebt altijd voor ons klaargestaan.
Geborgenheid en liefde heb je ons gegeven.
Zo was je hele leven.
Je was een schat voor ons allen.
Je te moeten missen zal ons zwaar vallen.  

010 
Zijn ziekte heeft hij stil aanvaard
vanaf de eerste dag.
Ondanks angst en ondanks pijn
was er telkens weer zijn lach.  

011 
Zo lang gestreden om te leven,
maanden van onzekerheid en pijn.
Maar haar laatste dagen van strijd
waren om bij U, God,
haar Vader te zijn.  

012 
Iemand die me lief was is gestorven.
Die vertrouwde stem is verstomd.
Die vrolijke lach zal niet meer klinken.
Geen kus en geen omhelzing meer.  

013 
Het diepste verdriet
wordt dikwijls verzwegen;
voor 't diepste geluk
schieten woorden tekort.
Wij zijn met ons diepste verlangen
verlegen waar 't liefste bezit
slechts herinnering wordt.  

014 
't Verlies was er al voor het einde,
de rouw, voordat het afscheid kwam
toen die onzekere verwarring
bezit van haar gedachten nam.
Wij voelden mee haar stil verdriet.
Nu rouwen wij, maar treuren niet.  

015 
Je wilde nog zoveel
maar had niet meer de kracht.
Je ziekte had je volkomen in zijn macht.
Je was zo moe.
Je hebt je strijd gestreden.
Je zorgen en verdriet behoren
nu tot het verleden.
Rust nu maar uit.
Je bent bevrijd uit je lijden.
Maar ach, wat is het zwaar
van jou te moeten scheiden.  

016 
Ik ga slapen.
Ik ben moe.
Sluit mijn beide oogjes toe.
Heere, houd ook dag en nacht,
over ..... trouw de wacht.  

017 
En toch - telkens weer -
zullen wij je tegenkomen.
Zeg dus nooit: het is voorbij.
Slechts je lichaam werd ons ontnomen,
niet wie je was en ook niet wat je zei.  

018 
Het is ons maar geleend
de vele mooie dingen.
Ons onbetwistbaar eigendom
zijn de herinneringen.  

019 
Tijdens je leven heb je, je naam
zonder meer eer aangedaan.
Je liefde, warmte en zorgzaamheid
kon je aan vele mensen kwijt.
Dat gaf jouw leven grote inhoud, daarom is het voor ons nu zo koud.
Wij zullen moeten proberen
op fijne herinneringen te teren.  

020 
Een uniek mens is heengegaan.
Nu zijn we verbijsterd en bedroefd,
maar hij zal altijd bij ons blijven
door de onuitwisbare indruk die hij achterlaat.
Overal en altijd verspreidde hij
warmte en liefde.  

021 
Veel fijne herinneringen.
Verzachten onze smart.
Voorgoed uit ons midden.
Maar altijd in ons hart.  

022 
Hij hield van het leven
ondeugd zijn grootste deugd
zijn levenslust eindeloos.
Al heeft hij ons verlaten,
hij laat ons niet alleen.
Wat wij in hem bezaten,
is altijd van ons heen.  

023 
Het is tijd, ik moet nu gaan.
Ik zal geen afscheid nemen.
Kijk naar me uit in de regenbogen.
Hoog in de lucht.
Als de zon weer opkomt.
En de hele wereld nieuw is.
Kijk dan naar me uit en hou van me.
zoals ik van jou gehouden heb.  

024 
Opgewekt en zorgzaam, nooit vragend.
Nimmer klagend, altijd stil dragend.
Moedig ging je door, steeds weer.
Tot op het laatste moment.
Het wilde niet meer.  

025 
't Liefste dat ik heb bezeten,
... jaar de spil van mijn bestaan,
vraag me niet dat te vergeten
en gewoon weer door te gaan.